Voor de chorizoballetjes: 400 g kippengehakt 2 eieren 200 g paneermeel 150 g chorizo 1 klontje boter pezo
Bereidingswijze:
De prei en selder wassen, in stukken snijden.
Pel de uien en snij ze grof.
Halveer de paprika’s en snij er de zaadlijsten uit. Verwijder ook de witte vliesjes binnenin. Snij de groente grof.
Smelt een klontje boter in een ruime stoofpot, op een matig vuur.
Stoof de stukken ui, look, soepgroenten en paprika in de hete boter, tot ze bijna gaar zijn. Roer regelmatig in de pot.
Voeg het currypoeder en het paprikapoeder toe. Roer alles om en schenk er (naar keuze) wat witte wijn bij. Laat alles even pruttelen.
De bouillon toevoegen, weer goed roeren.
De soep laten gaar koken op een zacht vuur.
De soep mixen, room toevoegen en op smaak brengen met pezo, paprikapoeder . Mix de soep glad met een staafmixer.
Zeef de soep zodat bv. stukjes schil van de paprika’s verwijderd worden.
Voeg de kruidenkaas toe en mix de soep nog even. Gebruik een hoeveelheid kruidenkaas naar persoonlijke smaak.
Kruid de soep met wat zout en peper van de molen. Proef regelmatig.
voor de chorizoballetjes:
Snij de (sneetjes) chorizo in piepkleine stukjes. Zorg ervoor dat er geen te grote brokken van de Spaanse worst in de balletjes terechtkomen.
Neem een mengschaal en doe daar het gehakt en de stukjes chorizo in.
Voeg de eieren toe en (een deel van) het paneermeel. Doe er ook een snuifje zout bij en wat peper van de molen.
Was je handen en kneed alle ingrediënten tot een egaal vleesmengsel. Zorg ervoor dat het mengsel niet te vochtig is, maar ook niet te droog. Voeg indien nodig wat meer paneermeel toe.
Rol balletjes van het vleesmengsel, en leg deze op een groot bord of een schaal. Balletjes met een diameter van ongeveer 1,5 cm zijn perfect.
Verhit een klont boter in een braadpan. Bak de balletjes tot ze een goudbruin korstje hebben. Binnenin hoeven ze nog niet gaar te zijn.
Schep de balletjes (zonder het braadvet) in de soep. Laat de soep nog enkele minuten pruttelen, totdat de chorizoballetjes helemaal gaar zijn.
1000g scampi’s (minstens 3 grote per persoon) Olijfolie
Voor de curiesaus: 1 sjalotje 3 takken selder 125g boter 0,5 l room 0,5l vis- of kippenbouillon curiepoeder
Voor de bieslook-citroen risotto: 600 gr risottorijst olijfolie 3 sjalotjes 3 liter lichte kippenbouillon van blokjes 300 gr versgeraspte parmazaanse kaas 1 glas witte wijn Geraspte citroenschil en sap van 2 citroenen 1 busseltje bieslook (fijngehakt) peper en zout
Bereidingswijze:
Snipper voor de risotto 2 sjalotjes fijn.
Verhit de olie in de pot en stoof de ui aan.
Voeg de risottorijst toe en laat die glanzen samen met de sjalot.
Giet er de wijn bij en laat deze al roerende door de rijst opgenomen worden.
Giet er nu een beetje bouillon bij en blijf roeren tot de vloeistof volledig is geabsorbeerd.
Voeg terwijl u blijft roeren, steeds kleine beetjes bouillon toe tot de rijst gaar is.
Roer de Parmezaanse kaas door de risotto, breng op smaak met citroenrasp en citroensap en pezo, roer er de gehakte bieslook door en houd de risotto warm.
Snipper voor de curiesaus 2 sjalotjes fijn
Snijd de selder in fijne mirepoix
De groentjes aanstoven in boter
Bestrooien met curie en bevochtigen met bouillon en room
De saus laten inkoken to gewenste dikte
Op smaak brengen met pezo en curie
Verwijder de scharen en het darmkanaal van de scampi’s.
Verhit olie in een grote pan en bak de scampi’s aan beide kanten snel aan.
Kruiden met currie, pezo, warm houden.
Dresseren op warme borden, maak een mooie bordschikking.
Pel de reuzengarnalen en ontdoe ze van hun darmkanaal
Kruiden met peper – zout – lime chili
Een grote pan verhitten met olijfolie. 2 teentjes look, fijngesnipperd, licht aanbakken en daarna de reuzengarnalen toevoegen.
Circa 2 minuten aan elke zijde bakken – zeker niet langer
De kokosroom afzonderlijk mengen met 2 koffielepels rode currypasta en toevoegen aan de pan met de klaar gebakken garnalen en de room even laten inkoken
Sap van 1 limoen toevoegen.
Voor de wokgroenten (op zelfde moment in de wokpan als de garnalen in afzonderlijke pan worden gebakken)
De wortelen kuisten en in julienne (dunne reepjes) snijden van 5 a 7 cm
Idem voor de gele en rode paprika en de ajuinen
Sojaschuiten even wassen
¾ van de koriander en alle lente ui (pijpajuin) fijn snipperen
2 teentjes look fijn snipperen
Wokpan verhitten met olijfolie en onmiddellijk gesnipperde look toevoegen (niet laten aanbranden)
Eerst de wortelen in julienne in de wokpan
Kort nadien paprika – ajuin – sojascheuten toevoegen
Kruiden met peper – zout – wokkruiden
Sojasaus toevoegen, mengen, en mee laten inkoken
3/4e van de koriander en 3/4e van de lente ui toevoegen en mengen.
Borden verwarmen.
Wokgroenten in het midden op bord dresseren (eventueel gebruik maken van ronde vorm).
Vier reuzengarnalen schikken op de wokgroenten.
Garneren met restant koriander en lente ui.
Nog even met lepel overgieten met kokos – rode curry vocht uit de pan.
Snij helft van uien en selder in grove stukken en stoof ze aan.Voeg de gewassen mosselen toe en stoof ze mee met de ui en de selder, doe de tijm en de laurier erbij. Kruid met peper en zout en bevochtig met wat water en de wijn.
Dan de mosselen als ze klaar zijn afgieten en vocht houden.
Snij andere helft van uien en selder en de look in grove stukken en stoof ze aan, flambeer met de pastis en voeg het mosselvocht toe naar smaak. Kruid met peper, zout, curry en kurkuma.
Kook de soep tot de groenten gaar zijn ,mix de soep en doe ze door een zeef .
Laat ze nog eens opkoken en zet ze van het vuur en doe 2 dl room erbij.
Kook de basliicum in gezouten water en giet ze dan af, klop 2 dl room half op en mix er de basilicum door. Doe in kleine glaasjes 2 mosselen, dan de soep en werk af met koffielepeltje van de basilicumroom