6 eieren (6 eiwitten en 3 eierdooiers) 250g limoncello 6 el suiker 250g mascarpone 500g room 250g water ½ appel per persoon (type jonagold) 1 el ongemalen koffiebonen 15 lange vingers Witte chocoladeschilfers Bloemsuiker Munt als garnituur
Bereiding:
Zet de limoncello in een steelpannetje op het vuur en laat 15-20 min inkoken en terug afkoelen.
Klop de eigelen met de 2 el suiker schuimig wit.
Voeg de mascarpone eraan toe en meng tot een egale massa.
Klop de room met 2 el suiker op en voeg toe.
Klop de eiwitten met 2 el suiker (suiker pas tegen het einde toevoegen) op.
Dek het beslag af met vershoudfolie en laat opstijven in de koelkast.
Voeg 250g water toe aan de limoncello.
Schil de appels, verwijder het klokhuis en snijd ze in blokjes.
Doe de blokjes bij de limoncello.
Voeg een el koffiebonen aan toe en laat inkoken.
Opletten dat de appelblokjes niet te plat worden, ze moeten nog flink beetgaar blijven.
Haal de appelblokjes uit de limoncello en laat beide ingrediënten afkoelen.
Dresseren:
Doe een lepel van het tiramisubeslag in een kommetje.
Halveer de lange vingers en doop ze in de limoncello en leg ze op het beslag.
Strooi hier appelblokjes over en leg nog een laag beslag.
Werk af met witte chocoladeschilfers en daarop wat bloemsuiker, 3 koffiebonen en een blaadje munt.
Benodigdheden voor 4 personen (voor 1 taart met ca. 20cm diameter):
2 grote appelen bv. Jonagold 120g pecannoten 1 vel kant en klaar kruimeldeeg 100g fijne rietsuiker 3 eetlepels esdoornsiroop 1 koffielp citroensap + 4 eetlp water 50g boter + 20g extra 1,5 dl volle room 1 snuifje zeezout 4 bolletjes ijs (speculaas of kaneel)
Bereidingswijze:
Beleg een ronde bakvorm (van 20cm diameter) met bakpapier, rol het deeg uit en leg het in de bakvorm. Prik de bodem in met een vork. Leg een tweede vel bakpapier over het deeg en vul op met bakbonen, droge erwten of rijst.
Verwarm de oven voor op 180°C en bak het deeg blind tot het goudbruin en krokant is, haal halverwege de bakbonen uit het deeg zodat het gelijkmatig kan kleuren.
Laat de taartkorst afkoelen op een rooster.
Schil de appelen, verwijder het klokhuis en snijd ze in partjes. Smelt 1 eetl suiker in een antikleefpan tot de suiker karameliseert en voeg de boter toe, voeg dan de appelpartjes toe wanneer de boter gesmolten is. Karameliseer de appelpartjes tot ze goudbruin en glazig zijn.
Rooster de pecannoten lichtjes in een droge pan ( of in de oven).
Doe de rietsuiker, de esdoornsiroop, een snuifje zout, het water en het citroensap in een steelpan en laat alles op een middelhoog vuur koken tot een donkerbruine karamel. Neem de pan van het vuur en voeg er achtereenvolgens met enige voorzichtigheid de boter en de room aan toe. Breng alles weer aan de kook tot een dik vloeibare karamelsaus.
Verdeel wat van de karamelsaus over de taartbodem en schik er de appelpartjes en de pecannoten over. Verdeel de rest van de karamelsaus erover en laat alles op kamertemperatuur afkoelen.
3 rondel bladerdeeg, 6 jonagoldappels, 2 klein doosje witte en donkere rozijnen, zakje walnoten (gepeld), amandelpoeder, amandelschilfers, calvados, bruine suiker, 6 eieren, 3 citroenen, bloemsuiker, grove kristalsuiker
Voor de saus : 750 g mascarpone, 6 el bruine suiker, 6 el calvados, 2 grote jonagoldappel
Bereiding
Voor de saus meng je de mascarpone, bruine suiker en calvados tot een homogene massa en zet in de koelkast
Laat de rozijnen weken in calvados
Meng geroosterde amandelschilfers, fijngehakte noten, amandelpoeder, rozijnen en bruine suiker
Schil de appel, halveer en haal klokhuis eruit, bevochtig met citroensap en vul met het mengsel
Verdeel bladerdeeg in vier gelijke delen en leg op elke spie een gevulde appel, plooi toe en borstel af met opgeklopt ei, bestrooi met suiker en bak af in voorverwarmde oven op 180°
Lepel wat saus in diep bord en leg appelbolletje hierop, bestrooi met wat bloemsuiker en garneer met appelreepjes (gekonfijt in wat boter met bruine suiker)
6 appels Jonagold, 3 vel bladerdeeg (rondel), 6 eieren , 6 el amandelschilfers , kaneelpoeder , 3 el vanillesuiker , 3 scheutje rum , 6 el rozijnen, vanilleijs
Bereidingswijze
Week de rozijntjes op voorhand in een scheutje bruine of witte rum.
Schil de appelen, snij ze in kwartjes en verwijder het taaie klokhuis. Snij de vruchten nu in grove stukken en doe ze in een stoofpot.
Verhit de appelstukjes op een matig vuur en voeg er de geweekte rozijntjes aan toe.
Snij de vanillestok overlangs en schraap de zaadjes uit de peul. Voeg de zaadjes én het peultje toe aan de appels, samen met de suiker. Kruid het mengsel met de kaneel (naar smaak).
Laat de appels zachtjes garen, onder deksel. Uiteindelijk wil je een droge appelmoes krijgen.
Laat na een tiental minuten het deksel weg en controleer of de appelmoes (met stukjes) voldoende droog is. Voeg er ook nog wat amandelpoeder aan toe en roer alles om. Verwijder de peul van het vanillestokje.
Rol intussen het vel bladerdeeg uit. Als je een rond vel gebruikt, snij de randen dan bij tot je een rechthoekige deeglap hebt. Leg het vel bladerdeeg op een vel bakpapier of een bakmatje van siliconen, op de ovenschaal.
Breek de eieren en hou de dooiers apart. Voeg er een heel klein beetje water aan toe en klop de ‘dorure’ los met een vork. Het eiwit gebruiken we niet.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Schep de appelvulling in het midden van het vel deeg, gelijk verdeeld over de hele lengte van de lap.
Smeer het deeg rondom de vulling in met het losgeklopte eigeel. Gebruik hiervoor een borsteltje of een breed penseel.
Snij de brede randen van het deeg in, in een visgraatmotief. Maak een snee om de 2 à 3 centimeter. Vlecht nu de flapjes over de vulling heen met beurtelings een flapje links en een flap rechts.
Strijk nu opnieuw het losgeklopte eigeel over de appelstrudel.
Plaats het gebak in de oven en bak de strudel gedurende 30 à 40 minuten.
Serveer het gebak warm of koud. Een dikke snee van de warme strudel smaakt heerlijk bij een bolletje vers vanilleijs