Zorg voor drie gelijke blokjes vis van ongeveer 3cm X 3 cm en laat het vel aan de vis.
Kruid de vis niet voor bereiding.
Plaats de blokjes vis in de rookdoos of rookpan op een met olijfolie ingevet rooster en laat deze hierin garen. (duurt ongeveer 20 minuten).
Ontsteek het vuur onder de rookdoos of rookpan en laat ZEER ZACHT branden.
Gebruik voor het roken van zalm wat eikmot en vuurkruiden
heilbot roken op gedroogd zeewier en thee
kabeljauw roken op zeewier met lavendel
Controleer na 15 minuten regelmatig dat de vis niet te gaar wordt.
Maak ondertussen de saus klaar. Citrusmouseline voor 12 personen
4 eierdooiers 100 gr boter (koud in blokjes) 75 ml droge witte wijn 25 ml vers citroensap Snuifje zout
Meng de eierdooiers met de wijn en klop stevig door elkaar.
Voeg het citroensap toe en blijf stevig kloppen.
Plaats de pan in een kookpot (bain marie met kokend water) en blijf stevig opkloppen. (Cfr werkwijze Sabayon). Als het mengsel steviger wordt voeg je al kloppend de blokjes boter toe.
Zet de borden in de bordenverwarmer alsook 2 kg grof zeezout in plastic verpakking.
Voorzie de borden aan een zijde van een stuk aluminiumfolie waarop je het warme zout kan spreiden. Zorg ervoor dat er geen zout op de rest van het bord kan terecht komen. (Randen beetje omkrullen)
Plaats op het laatste moment de gerookte oesters op dit warme zoutbed.
Plaats aan de andere zijde de drie blokjes gerookte vis en nappeer half met de citrusmouseline.
het vlees: • 800 gr ribstuk (5 à 6 cm dik) enkele klontjes boter peper zout de gastrique: • 1⁄2 l dragonazijn 1⁄2 l water 1⁄2 l witte wijn 3 kleine sjalotten 10 peperbolletjes enkele takjes tijm enkele blaadjes laurier enkele stengels peterselie enkele stengels verse dragon 2 teentjes look de frieten: • 6 dikke aardappelen (bv. Bintje) frituurolie de sla: • 1 krop sla 2 kleine sjalotten enkele sprieten bieslook 1 scheutje natuurazijn 1 scheutje olijfolie (of slaolie) de béarnaise: • 150 g boter 3 dooiers 1⁄2 citroen (of een scheutje gastrique) enkele takjes dragon enkele takjes kervel (naar smaak) peper zout 3 eierdopjes gastrique (zie hoger) de afwerking: • peper zout olijfolie natuurazijn
BEREIDING
het vlees: • Haal het vlees op voorhand uit de koelkast, zodat het op kamertemperatuur kan komen. • Verwarm de oven voor op 160°C. • Kruid het ribstuk langs beide zijden met peper en zout. • Zet een braadpan op een stevig vuur en smelt er een klont boter in. • Bak de lap vlees ongeveer 1 tot 2 minuten aan elke zijde. Vermijd dat de boter verbrandt, en voeg dus af en toe een klein klontje koude boter toe. Zet de entrecote ook even rechtop in de pan en bak ze kort op de zijde met het randje vet. • Leg het stuk vlees vervolgens op de rooster van de voorverwarmde oven. Zo kan de ovenwarmte het ribstuk gelijkmatig garen. Plaats onder het vlees een ovenschaal om vleessappen op te vangen. Bak de côte à l’ os 20 tot 25 minuten per kilogram vlees. (Dus bv. 500g vlees bakt 10 tot 12 minuten.) • Draai het vlees om en laat het 15 tot 20 minuten rusten onder zilverpapier.
Alternatief: gril het vlees op de BBQ: • Kruid het vlees met zwarte peper. Besprenkel met olijfolie en schroei kort dicht op de bbq zodat het vlees langs beide kanten een mooi korstje krijgt. • Zet de grill van de bbq iets hoger en gaar het vlees nog 20 minuten verder, draai het vlees na 10 minuten om. • Haal het vlees van de grill, wikkel in aluminiumfolie en laat een half uurtje rusten.
de gastrique: • Maak bij voorkeur meteen een grote hoeveelheid, want de gastrique kan je perfect bewaren voor later. • Neem een maatbeker doe er het water, de witte wijn en de dragon en dragonstelen in. Verwarm het mengsel op een matig vuur. • Kneus de tenen look en voeg ze toe. • Pel de sjalotten en snipper ze grof. Voeg de stukjes sjalot toe samen met de gekneusde peperbollen en de tijm. • Laat de gastrique inkoken tot er één derde overblijft. • Giet deze sausbasis door een zeef en bewaar het ingekookte vocht.
de frieten: • Maak verse frieten. • Schil de aardappelen en snij ze met de hand in gelijkvormige frieten. Ze hoeven niet te dun te zijn: een ideale Belgische friet is 13 mm dik, (pont neuve: extra dik!). • Was de frieten niet, want dan spoel je het zetmeel eraf. • Verhit het frietvet op 140°C. • Bak de frieten een eerste keer, maar laat ze nog niet kleuren. (Hierbij pocheer je de aardappelstukjes.) • Laat de frieten koud worden in een schaaltje met wat keukenpapier. de sla: • Spoel de sla schoon en pluk de blaadjes los. Gebruik zeker de knapperige blaadjes van het kropslahart. • Laat de sla uitlekken. • Snipper de sprieten bieslook en de sjalotten fijn. Strooi ze over de sla. • Werk de sla pas vlak voor het serveren af met olie en azijn. Zo blijft ze fris en knapperig. de béarnaise: • Doe de boter in een pannetje en smelt ze op een zacht vuur. Zo kan je de boter klaren. Schep nadien de vlokken eiwitten uit de gesmolten boter. • Breek de eieren, doe de dooiers in een sauteuse. • Klop ze los met een garde. • Voeg de nodige hoeveelheid gastrique toe en klop beide ingrediënten schuimig met de garde, (klop in een 8-vormige beweging). • Verwarm het mengsel ondertussen op een zacht vuur. Blijf doorgaan tot je een schuimige mousseline hebt. • Schenk de geklaarde boter naast het vuur beetje bij beetje bij het mengsel en blijf kloppen met de garde. • Afwerken met peper en zout en wat citroensap of een scheutje extra gastrique. • Hak de blaadjes dragon fijn. Doe hetzelfde met de kervel en meng de verse kruiden in de saus, breng op smaak met (cayenne)-peper en zout.
de afwerking: • Zet de grill van de oven op. • Verhit het frietvet vervolgens tot 180°C. • Bak de koude frieten nu goudbruin en knapperig. • Giet de frieten opnieuw in een schaal met wat keukenpapier, zodat ze even kunnen uitlekken. Strooi er naar smaak wat zout over. • Kruid de sla met peper en zout. Sprenkel er een beetje olie en azijn over en meng de sla voorzichtig, zonder de blaadjes te kneuzen. • Geef het vlees eventueel kort voor het serveren een ‘coup de chaleur’, onder de hete grill. Neem een scherp vleesmes en snij het ribstuk in dikke sneetjes.
Het garnituur: ½ aubergine, ½ courgette, 1 eetlepel olijfolie, peper en zout
4 ciabattabroodjes 75 g pesto 2 plakken parmaham
BEREIDING
Voorbereiding: • Snijd de aubergine en courgette in plakken van 1/2cm. Besprenkel met olijfolie en kruid met pezo. • Grill ze in een het grillpan. • Laat de parmaham drogen in de oven op 150°C. • Snipper het lente-uitje en hak de zongedroogde tomaatjes.
De mini-hamburgers: • Meng het gehakt met de tomaten en eidooiers. Kruid met pezo. Vorm 4 burgertjes en bak ze in olijfolie. Gaar niet volledig door. Stel de burger samen: • Snijd de broodjes in vier en leg op ieder deel enkele plakjes aubergine en courgette. Schik hierop de burger. • Werk af met twee lepels pesto en een 1/2 plakje gedroogde parmaham.
6 eieren (6 eiwitten en 3 eierdooiers) 250g limoncello 6 el suiker 250g mascarpone 500g room 250g water ½ appel per persoon (type jonagold) 1 el ongemalen koffiebonen 15 lange vingers Witte chocoladeschilfers Bloemsuiker Munt als garnituur
Bereiding:
Zet de limoncello in een steelpannetje op het vuur en laat 15-20 min inkoken en terug afkoelen.
Klop de eigelen met de 2 el suiker schuimig wit.
Voeg de mascarpone eraan toe en meng tot een egale massa.
Klop de room met 2 el suiker op en voeg toe.
Klop de eiwitten met 2 el suiker (suiker pas tegen het einde toevoegen) op.
Dek het beslag af met vershoudfolie en laat opstijven in de koelkast.
Voeg 250g water toe aan de limoncello.
Schil de appels, verwijder het klokhuis en snijd ze in blokjes.
Doe de blokjes bij de limoncello.
Voeg een el koffiebonen aan toe en laat inkoken.
Opletten dat de appelblokjes niet te plat worden, ze moeten nog flink beetgaar blijven.
Haal de appelblokjes uit de limoncello en laat beide ingrediënten afkoelen.
Dresseren:
Doe een lepel van het tiramisubeslag in een kommetje.
Halveer de lange vingers en doop ze in de limoncello en leg ze op het beslag.
Strooi hier appelblokjes over en leg nog een laag beslag.
Werk af met witte chocoladeschilfers en daarop wat bloemsuiker, 3 koffiebonen en een blaadje munt.
Voor de basilicumolie: 1 potje basilicum 2 teentjes knoflook Sap van 1 citroen 8 eetlepels olijfolie pezo
Bereiding:
Verwarm de oven voor op 200°C
Klop de eieren luchtig. Houd een beetje apart om de randen van het taartje te bestrijken. Voeg de room toe.
Snijd de mozzarellabolletjes in tweeën en halveer de kerstomaatjes.
Bestrijk 14 vuurvaste schaaltjes met olijfolie.
Snijd 14 cirkels uit het bladerdeeg ter grootte van de schaaltjes en leg het deeg in de schaaltjes.
Bestrijk de randen met ei. Prik een aantal keer in het bladerdeeg met een vork.
Verdeel de mozzarella, de kerstomaatjes en versnipperde blaadjes basilicum over het bladerdeeg.
Giet er het eimengsel op.
Zet de taartjes 20 minuten in de oven.
Maak intussen de basilicumolie:
Hak het teentje knoflook grof. Mix het citroensap, de olijfolie, de look en de basilicumblaadjes in een blender (of mixer) tot je een gladde saus hebt.
Op smaak brengen met pezo.
Afwerking:
Sprenkel wat basilicumolie over de taartjes en dien op.
2,500kg witte asperges 1kg boter 8 eieren 1 kg appelsienen Peterselie Cayennepeper, peper en zout 750g gerookte zalm
Bereidingswijze:
De asperges:
Schil de asperges met een dunschiller.
In lichtgezouten koud water opzetten en aan de kook brengen. Beetgaar koken.
Uit het water nemen en laten uitlekken, warm houden.
De saus bereiden:
Zestes van de appelsien snijden (voor het garnituur) met een dunschiller, in fijne reepjes versnijden en kort blancheren in kokend water. Apart houden.
De helft van de appelsienen uit persen. Van de andere helft partjes snijden.
Boter laten smelten in een pan, niet laten kleuren!
De onzuiverheden laten bezinken zodat het botervet afgescheiden wordt.
De eidooiers van het eiwit splitsen. In een steelpan (sauteuse) de eidooiers samen met een scheutje water en appelsiensap loskloppen.
Op een zacht vuur het geheel met behulp van een klopper tot een vast schuim kloppen. Deze mag niet warmer worden dan 70°C, zoniet zouden de eidooiers gaar worden en hun bindkracht verliezen.
Van het vuur nemen en geleidelijk de heldere boter onderroeren.
Kruiden met zout en cayennepeper, de geblanchierde zestes toevoegen en eventueel nog appelsiensap.
Serveren:
Op een lauw-warm bord de asperges schikken met de gerookte zalm en de saus. Garnieren met appelsienpartjes en gehakte peterselie.